|
Home ICT Wiskunde Docenten Actueel Persoonlijk Zoeken Prikbord F.A.Q. Links Colofon ©2010
|
3. Historische achtergronden
Les 1We starten in les 1 met de Bijbeltekst uit 1 Koningen 7:23. Bij de beschrijving Salomo's paleis wordt het metaalwerk van de tempel beschreven. Koning Salomo gaf Hiram uit Tyrus opdracht om het werk uit te voeren. Er wordt zeer uitgebreid beschreven hoe het koperwerk er uit zag: Hij vormde namelijk de beide koperen zuilen; achttien el was de ene zuil hoog, een een meetsnoer van twaalf el kon haar omspannen, en evenzo was het bij de tweede zuil. [4] De bijbelse el is ongeveer 49,5 cm. [5] Een koperen zuil van ongeveer 9 meter hoog met een doorsnede van 2 meter! We vervolgen met Naast de omtrek laten we in les 1 leerlingen ook de oppervlakte uitrekenen. Dit doen we (bijna) op de manier waarop de oud-Egyptenaren dat deden, althans zo als dat beschreven wordt in de papyrus Rhind: De Egyptische klerk Ahmes schreef in de papyrus Rhind (1500 v.Chr.) dat de oppervlakte van een cirkel gelijk is aan 8/9 maal de diameter in het kwadraat , wat voor Maar het kan anders: Het oppervlak van de cirkel met middellijn d werd uit de formule(d-d/9)² berekend, hetgeen tot een waarde van Dat komt weliswaar op hetzelfde neer, maar geeft toch beter weer wat er in de papyrus Rhind staat. Bij de berekening van de inhoud van een cilinder met een diameter van 9 en een hoogte van 10 staat er in de papyrus Rhind:
Een interessante vraag is natuurlijk: hoe komen de Egyptenaren aan deze 'benadering' van
In les 1 wordt nog even gewezen op het feit dat het symbool Les 2In les 2 laten we leerlingen eerst zelf proberen om met behulp van een regelmatige veelhoek een benadering voor Andere benaderingen, als van Ptolemeus, Zu Chongzhi en Al-Khasji worden even genoemd. [15] Claudius Ptolemeus is een Griekse sterrenkundige, schrijver van de 'Almagest' (ca.150 n. C.), een groot astronomisch meesterwerk waar onder andere over goniometrie geschreven wordt, met een koordentafel voor verschillende hoeken. [16] De Chinese fascinatie voor Al-Khasji, een Arabische wetenschapper, stierf in 1436. Al-Khasji is een belangrijk figuur in de ontwikkeling van decimale breuken. Zijn sterke kant was de nauwkeurigheid waarmee hij rekenende. Al-Khasji gaf zijn een benadering voor 2 6,2831853071795865 Dit resultaat werd pas laat in de 16e eeuw door Ludolph van Ceulen verbeter. [17] Een groot gedeelte van de 'Arabische' wiskunde en bijna de gehele Chinese wiskunde hadden nog steeds een sterk algoritmisch-algebraïsch karakter, net als alle oosterse wiskunde, maar vergelijken met de antieke methoden was het een flinke stap vooruit. [18] In West-Europa bereikt men pas tegen het einde van de 16e eeuw een niveau dat met deze Arabisch-Chinese wiskunde kan worden vergeleken. Indische, Arabische en Chinese wiskunde hebben elkaar ongetwijfeld wederzijds beïnvloed. Van een directe Chinees-Griekse beïnvloeding is weinig te bespeuren, ondanks het bestaan van parallelle ontwikkelingen. Een aardig detail is dat de waarde voor Aan de hand van een tekst uit 'Grondbeginselen der meetkunde' van J.H. van Swinden [20] komen we in les 2 de namen tegen van Archimedes, Ludolf van Ceulen en Metius. Een oefening in het lezen van een historische tekst, waarom niet? Ludolph van Ceulen, een wiskundige en schermmeester in Delft, heeft een groot deel van zijn leven gewijd aan het berekenen van De waarde 355/113 wordt wel eens de waarde van Metius genoemd. Rond dezelfde tijd als Ludolf van Ceulen 'ontdekte' Adriaen Metius, professor in Franeker [24] , bij toeval Zu Chungzhi's precieze benadering 355/113, door uit te gaan van twee grenzen die door zijn vader waren berekend, 377/120 (Ptolemeus!) en 333/106, en gewoon maar het gemiddelde van de tellers en het gemiddelde van de noemers te nemen. [25] Een aardig detail is dat in Duitsland Les 3In les 3 beginnen we met een alcoholvrije versie van "I like a drink..." . [28] Daarop volgend geven we een (onvolledig) overzicht van de berekening van steeds meer decimalen van In les 3 willen we iets laten zien van het voorkomen van We kijken naar een 'ontdekking' van Leibniz in 1673: [30]
Verder kijken we naar: [31]
Maar dan op een heel eenvoudig niveau. Het is alleen bedoeld om te laten zien dat Aan de hand van het 'naaldenprobleem' van Graaf Georges Buffon(1707-1788), maken de leerlingen (voor het eerst?) kennis met kansen. Hierbij komen ze natuurlijk weer Aan het einde van les 3 komt nog even de rekenmachine aan bod. In het licht van de geschiedenis hebben leerlingen het toch maar makkelijk. Ze toetsen even een toetsje in en hebben de beschikking over een benadering voor Men zou nog iets kunnen doen met de verborgen decimalen van de rekenmachine. Er staat wel 3,141592654 op het scherm (10 posities), maar in het geheugen staat wel degelijk 3,1415926536 (11 posities), dus eigenlijk zijn het zelfs 10 decimalen, de rekenmachine rekent met meer decimalen dan het schermpje laat zien. [33] Kortom: handig zo'n knopje voor Les 4In les 4 eerst maar eens de formules voor de omtrek en de oppervlakte van een cirkel op een rijtje gezet. We vertellen iets over de kwadratuur van de cirkel. Hierover zou men een boek kunnen schrijven. [34] In Wells(1986) kan men een paar mooie verhalen vinden, volgens Wells leiden veel cirkelkwadrateerders aan een zo ziekelijk zelfvertrouwen dat het ras wel nimmer zal uitsterven. [35] Voor wiskundigen werd het probleem van de kwadratuur van de cirkel opgelost in 1882 door Ferdinand Lindemann, die bewees dat In les 4 ten slotte wat oefeningen met het rekenen aan cirkels en cirkelsegmenten. In de laatste opdracht kijken we nog één keer naar probleem 41 van de papyrus Rhind. [37] En zijn we weer waar we begonnen waren.
©2002-2010 WisWijzer |